SchOOLwiki

zoekopdracht

Samenwerken

Samenwerken
“The school functions as a social community”

Dit beginsel is wellicht het meest essentiële voor de manier van werken/omgaan met elkaar binnen het daltononderwijs. Het samenwerken, daarbij rekening houdend met elkaars (on-)mogelijkheden leidt tot een onderlinge band, een wijze van omgaan met elkaar uitgaande van wat een ieder kan en niet van wat een ander niet kan. Binnen deze visie is er duidelijk plaats voor kinderen die leertechnisch minder presteren dan wat verwacht zou mogen worden. Dalton is een manier van omgaan met elkaar. Een school die volgens de dalton-ideologie werkt, schept ruimte en geeft kinderen de gelegenheid om zelfstandig of samen te werken aan een afgesproken taak.

Binnen daltonscholen valt het op dat leerlingen toleranter tegen elkaar worden, ze kunnen beter samenwerken. De sfeer en rust in de school en op het schoolplein zal toenemen, het pesten zal worden teruggedrongen.

Het principe samenwerken vormt de basis van het leren van en aan elkaar, het leren omgaan met elkaar. Maar ook voor het willen openstellen voor een ander. De kinderen mogen elkaar op weg helpen, waarbij duidelijk is dat voorzeggen van het goede antwoord geen echte hulp is. Door hun manier van handelen proberen de leerkrachten de basis te leggen voor samenwerking. Rechten en plichten, waarden en normen kunnen worden besproken in het kringgesprek.

De groepsregels worden samen vastgesteld. Het is belangrijk dat de kinderen begrijpen waarom er regels zijn en dat ze zinvol zijn.

Samenwerkend leren, waarbij de kinderen van elkaar afhankelijk zijn om tot goed resultaat te komen, is een werkvorm die we toepassen. Samenwerken is dan niet alleen hulp geven en hulp krijgen, maar ook overleggen, luisteren naar anderen, je mening leren verwoorden en die mening weer bijstellen als er betere argumenten komen van medeleerlingen.

De dalton-uitgangspunten vormen de basis van het onderwijskundig en pedagogisch handelen. Het leidende onderwijskundige principe is dat het kind van ontwikkelingsgericht naar zelfontdekkend, leert. Om dat te kunnen, moet het kind de taak kunnen overzien. Het moet weten wat het leerdoel is en aan welke normen het moet voldoen. Het leerdoel wordt bepaald door de eisen van de overheid (de kerndoelen) en de eisen van de samenleving.

Wij hebben een beeld voor ogen van de school als plek waar kinderen graag zijn en waar zij hun cognitieve- en sociaal-emotionele mogelijkheden optimaal ontwikkelen. Dat willen wij doen door adaptief onderwijs te geven, waarbij wij rekening houden met verschillen tussen kinderen. Daarbij willen wij vooral het zelfvertrouwen en de competentie-ervaringen van kinderen stimuleren. Tenslotte willen we zorgen voor afstemming van het onderwijs op de leef- en belevingswereld van de kinderen. Een voorwaarde daarbij is, dat de school ook voor de leerkrachten een veilige plek is. Hieraan wordt in de komende jaren invulling gegeven door duidelijkheid te scheppen over taken en verantwoordelijkheden. Tevens willen wij de komende jaren de individuele kwaliteiten van elk teamlid meer benutten, zodat onze school ook een plek is waar leerkrachten (nog) meer tot hun recht komen.

De onderwijskundige en pedagogische principes dienen hun vertaling te krijgen in de schoolorganisatie.

Alle kinderen verwerken een deel van de speel/leerstof zelf:

  • al of niet in samenwerking met medeleerlingen;
  • naar keuze met of zonder directe begeleiding van de leerkracht;
  • op een zelf gekozen, en daarvoor bestemde, werkplek in de school.

Er wordt per definitie een taak opgegeven, die meer omvat dan het werk voor dat bepaalde moment en voor de volgende keer. Daardoor kan het kind, afhankelijk van de ontwikkeling en de leeftijd de stappen zetten om een dag-, meerdagen-, week- of maandtaak tot een goed einde te brengen.

De daltonprincipes:

  • zelfstandigheid,
  • vrijheid/verantwoordelijkheid en
  • samenwerking,

bepalen ons onderwijskundig /pedagogisch handelen.